Print this page

Spellingwoordjes groep 7

woordpakket 1:
tong: goedkeuring, hervorming, hulpverlening, medewerking, opvatting, overtuiging, tegenstelling, uitdrukking, uitwerking, voldoening, vordering, vormgeving, waardering, waarneming.
lucht: echtgenoot, evenwicht, onzichtbaar, oprichting, rechtstreeks, reusachtig, slachtoffer, voorlichting, waarachtig, wellicht.
liter: bioscoop, centimeter, dirigent, dominee, horizon, kabinet, kandidaat, kapitaal, kardinaal, limonade, linie, minister, officier, politiek, positief, president.
woordpakket 2:
reis: bereikbaar, eigendom, eigenschap, feitelijk, inleiding, neiging, opleiding, spreiding, terrein, uitbreiding.
ijs: aanwijzing, anderzijds, batterij, enerzijds, loterij, magazijn, ongetwijfeld, schijnbaar, uitgeverij, wijziging.
cel: centra, circa, concentratie, concert, decimeter, directrice, leverancier, principe, procent, provincie.
actief: acteur, advocaat, categorie, conclusie, contract, cultuur, discussie, perfect, plastic, respect.
parkeerweek 1: een herhalingsweek met alle woorden uit de vorige pakketten en herhaling uit voorgaande leerjaren.
woordpakket 3:
th
ee, althans, katholiek, methode, thans, thema, theater, theorie, therapie, thuis.
actief: aspect, camera, collega, competitie, componist, inspecteur, lectuur, redacteur, secretaris, tactiek.
club, absoluut, abstract, eb, krab, objectief, observatie, rib, subsidie, web.
enigszins: alleszins, anderszins, danszaal, geenszins, graszaad, halszaak, langszij, raszuiver, vuilniszak.
woordpakket 4:
de: akte, apostel, datgene, degene, ergernis, gave, hoogstens, karakter, tevergeefs, weduwe, zodoende.
bezoek: bediening, behoud, benoeming, bewerking, bewustzijn.
getal: gebod, gemeenschap, genot, gevangene, gewest, gezag.
verkeer: verbazing, verbeelding, verbetering, verdeling, vereniging, vergadering, vergelijking, vergunning.
jarig: aandachtig, gebrekkig, nadelig, matig, rechtvaardig, regelmatig, toekomstig, volledig, vrijwillig, willekeurig.
parkeerweek 2: herhaling en hertoetsing.
woordpakket 5:
vrolijk: aanzienlijk, gebruikelijk, geleidelijk, gemeentelijk, herhaaldelijk, lichamelijk, namelijk, noodzakelijk, noordelijk, openlijk, schriftelijk, vermoedelijk, verschrikkelijk, voortreffelijk.
snelheid: afwezigheid, bijzonderheid, eenzaamheid, verlegenheid, voorzichtigheid.
majesteit: activiteit, kwaliteit, puberteit, universiteit.
politie: combinatie, definitie, demonstratie, gratie, informatie, justitie, organisatie, publicatie.
directie: actie, functie, infectie, injectie, productie, reactie, redactie.
woordpakket 6:
garage: bagage, etage, etalage, horloge, lekkage, massage, passage, percentage, stage.
elektrisch: automatisch, communistisch, fantastisch, historisch, medisch, praktisch, romantisch, technisch, theoretisch.
hond: beschaafd, denkbeeld, gemeenteraad, indertijd, kameraad, spannend, tegenstand, voortdurend, wereldoorlog, zogenaamd.
fietsen: aanwijzigingen, argumenten, aspecten, herinneringen, inlichtingen, presidenten, producten, tegenstellingen, toepassingen, voorschriften.
parkeerweek 3: herhaling en hertoetsing.
woordpakket 7:
liniaal: materiaal, sociaal, speciaal.
linialen: materialen, sociale, speciale.
actueel: eventueel, seksueel.
actuele: eventuele, seksuele.
jager: aantekening, alcohol, basis, begroting, berekening, beschaving, bovenop, drama, energie, enzovoort, evenmin, historie, integendeel, kolonel, kolonie, momenteel.
apen: advocaten, apparaten, hoofdsteden, kandidaten, organen, piloten, profeten, sieraden, sigaren, uitspraken.
woordpakket 8:
jager: moraal, nagenoeg, overeenkomst, profeet, professor,protestant, republiek, resultaat, rubriek, tevoren.
bakker: beschikking, herinnering, hoeverre, inmiddels, klassiek, koppeling, middelbaar, missie, monnik, onmiddelijk.
ballen: begrippen, eigenschappen, gezelschappen, kanonnen, kennissen, leraressen, pakketten, processen, raketten, vonnissen.
piano's: agenda's, camera's, collega's, diploma's, pony's, programma's, risico's, schema's, taxi's, zebra's.
parkeerweek 4: herhaling en hertoetsing.
woordpakket 9:
hoeveelheden: eenheden, gelegenheden, minderheden, moeilijkheden, mogelijkheden, omstandigheden, overheden, plechtigheden, zekerheden.
oliën: bacteriën, koloniën.
knieën: calorieën, categorieën, drieën, harmonieën, industrieën, kopieën, melodieën.
tweeën: feeën, ideeën, moskeeën, reeën, zeeën, weeën.
bijv.: a.u.b; ca.; dr.; jl.; m.a.w.; mr.; n.a.v.; nl.; nr.; prof.; zgn.; z.g.a.n.
woordpakket 10:
gouden: betonnen, bronzen, diamanten, fluwelen, kartonnen, metalen, papieren, tinnen, zijden, zilveren.
ziekenhuis: beukenlaan, bijenkorf, brievenbus, kersenpit, kippenhok, mensenleven, paardenmarkt, woordenboek, zakenreis.
zonnebril: bolleboos, boordevol, bruidegom, elleboog, hoogtevrees, maneschijn, paardebloem, reuzeleuk, spinnewiel.
Amsterdam: Brussel, Berlijn.
Nederland; België, Italië
Nederlander: Duitser, Fransman.
Amsterdammer, Berlijnse, Brusselse.
Nederlandse, Spaanse, Zweedse.
einddictee: afsluiting schooljaar