Print this page

Spellingwoordjes groep 5

Op deze pagina kun je alle woordjes die in de woordpakketten zitten, bekijken.
Zo heb je dus altijd de woordjes bij de hand om nog eens extra te oefenen of om ze in Woordentotaal (software van Ambrasoft) te zetten.

Woordpakket 1
fluit: fabriek, fantasie, fatsoen, feestdag, fietser, flat, flits, folder, friet
vis: vandaag, vanmorgen, vanzelf, venster, verder, verderop, vierkant, vliegtuig, voetbal, voetstap, volgens, volgorde, voortaan, vraagstuk, vriendin
jaar: aarde, daarnaast, daarvoor, elkaar, kostbaar, kunstenaar, nietwaar, onmisbaar, voorwaarde, welvaart
heer: afkeer, eerder, kleerkast, meneer, ongeveer, zweer
oor: doordat, oordeel, oorzaak, spoorweg, voorstel
uur: natuur, zuur, zuurstof
kraai: draai, lawaai, zwaai
kooi: dooier, hooiberg, ooit, plooi, prooi, toernooi
boei: moeilijk, moeite, roeiboot

Woordpakket 2
som: simpel, sinterklaas, slinger, soldaat, somber, spiegel, spits, sportief, sprookje, suiker
zon: zakdoek, zelden, zelfde, zesde, zestien, zilver, zondag, zonder, zuiden, zuiver, zuster, zwart
school: boodschap, ofschoon, schade, schande, scheepvaart, schilder, schilderij, schoorsteen, schuldig
tong: aanvang, botsing, gangbaar, hengel, honing, ingang, jonger, kleding, koning, lading, leerling, lezing, ligging, longen, melding, roeping, spanning, spelling, splitsing, staking, stang, uitgang, voeding, voorsprong, vorming, werking, woning, zitting

Parkeerweek 1
Hierin worden de woorden van woordpakket 1 en 2 nog een keer behandeld.
De parkeerweek wordt afgesloten met een parkeerweekdictee.

Woordpakket 3
tong: aansluiting, afbeelding, afsluiting, bevolking, opening, oplossing, opmerking, rekening, tekening, verdieping, vreemdeling, wandeling
bank: anker, blanke, donker, enkele, klinker, ondanks, slank, sprinkhaan, winkelier
pech: glimlach, kachel, lichaam, zichzelf
lucht: aandacht, achteraf, achteruit, bericht, dichtbij, dichter, dochter, gedicht, gewicht, gezicht, opdracht, prachtig
de: bende, derde, deze, dezelfde, ergens, gisteren, jezelf, lente, meteen, plezier, rente, ronde, stiekem, tante, terug, teveel, tiende, twaalfde, tweede, vierde, vijfde, winter, zesde

Woordpakket 4
lucht: achterna, achterover, gedachte, gericht, gevecht, inzicht, nuchter, ochtend, rechtbank, rechter, rechts, toevlucht, verplicht, voordracht
reis: afscheid, beide, eiland, eis, geheim, leider, leiding, peil, seizoen, steil, veilig, weinig
bezoek: bediende, behang, bekend, belang, beleefd, belofte, beperkt, bewust, bezit, bezoeker, bezwaar
getal: gebaar, gebied, geboote, gebrek, gedeeld, geheel, geluid, geval, gevolg, geweld, gewoonte
verkeer: verband, verdriet, verhaal, verjaardag, verkeerde, verkoop, verlies, verloop, verslag, vervoer, verzoek

Parkeerweek 2
Hierin worden de woorden van woordpakket 3 en 4 nog een keer behandeld.
De parkeerweek wordt afgesloten met een parkeerweekdictee.

Woordpakket 5
ijs: altijd, boerderij, onderwijs, ongelijk, stijl, talrijk, terwijl, tijdens, tijdig, tijdperk, tijdschrift, twijfel, wedstrijd, woestijn
saus: augurk, auto, automaat, pauze
pauw: dauw, kauwgom, lauw, rauw, wenkbrauw
hout: goud, kabouter, oud, ouderdom, schouder, woud
touw: buurvrouw, juffrouw, mevrouw, rouw
jarig: aardig, angstig, bezig, deftig, dertig, droevig, eenvoudig, eeuwig, grondig, gunstig, haastig, handig, heilig, ijverig, jarig, keurig, lastig, moedig, nodig, rustig, slordig, spoedig, stevig, treurig, twintig, veertig, vijftig

Woordpakket 6
jarig: aanwezig, enig, gelukkig, gezellig, hevig, krachtig, machtig, mening, nuttig, prettig, verstandig, vochtig, vorig
vrolijk: dadelijk, dodelijk, eerlijk, eigenlijk, gevaarlijk, gewoonlijk, hartelijk, heerlijk, kwalijk, landelijk, lelijk, menselijk, mogelijk, natuurlijk, pijnlijk, smakelijk, vriendelijk
figuur: file, minuut, prima, rivier, sigaar, titel
hond: aanbod, afgrond, afstand, arbeid, gebed, hoofdstad, hoofdstuk, hoofdzaak, inhoud, landschap, leeftijd, levend, maaltijd, potlood, raadsel, spiegelbeeld, spreekwoord, steentijd

Parkeerweek 3
Hierin worden de woorden van woordpakket 5 en 6 nog een keer behandeld.
De parkeerweek wordt afgesloten met een parkeerweekdictee.

Woordpakket 7
ziekte: breedte, diepte, dikte, grootte, hoogte, sterkte, vlakte, verte, warmte
huisje: blaadje, eendje, eindje, feestje, glaasje, kastje, lichtje, liedje, nichtje, paadje, plaatsje, tijdje
tafeltje: bekertje, dochtertje, eentje, kamertje, lepeltje, spiegeltje, verhaaltje, vogeltje
tongetje: kringetje, ringetje, slangetje, sprongetje, stangetje, tangetje
hond: gewond, gids, grondstof, landbouw, niemand, onkruid, randstad, speelgoed, stadhuis, stemband, strijd, vanavond, verbaasd, verbod, verkeerd, verstand, vliegveld, voedsel, voorbeeld, voorraad, wereld, woedend

Woordpakket 8
dokter: burger, drempel, duister, groente, handel, kwartier, onderzoek, ongeluk, onrust, voldoende
fietsen: agenten, antwoorden, artsen, berichten, grachten, leerlingen, onderwerpen, orkesten, vorsten
sla: bijna, daarna, echo, euro, foto, judo, kano, radio, tempo, zodra
jager: avontuur, beneden, bepaling, bewoner, boterham, daling, gratis, hekel, helaas, inkomen, inwoner, leger, model, nadruk, onzeker, zomer
apen: bladen, gaten, joden, schepen, soldaten, steden, straten, verhalen
adres: apart, banaan, kanaal, kapot, raket, tabak

Parkeerweek 4
Hierin worden de woorden van woordpakket 7 en 8 nog een keer behandeld.
De parkeerweek wordt afgesloten met een parkeerweekdictee.

Woordpakket 9
jager: moment, opgave, overkant, overleg, protest, publiek, supermarkt, telefoon, toneelstuk, totaal, zoals, zoveel
bakker: bakkerij, intussen, jammer, koffer, koffie, kussen, ladder, letter, massa, middag, middel, modder, nummer, rapport, rommel, rubber, wakker, wanneer
ballen: aantallen, bedden, bommen, flessen, gesprekken, gezinnen, kippen, klappen
dikke: dunne, frisse, smalle, snelle, vette, volle, witte, zwakke
keuken: grootmoeder, heuvel, iedereen, stofzuiger, waterleiding
boeken: duinen, geluiden, groepen, groeten, klauwen, rivieren, spieren, struiken

Woordpakket 10
sleutels: ouders, regels, ridders, ruzies, schippers, stapels, stempels, vensters, wijzers, zusters
duiven: boeven, brieven, dieven, druiven, golven, neven, proeven, schroeven, slurven
huizen: dozen, ganzen, glazen, grenzen, halzen, kiezen, laarzen, muizen, neuzen, prijzen, reizen, sluizen, vazen
dikst: best, grootst, hoogst, laagst, meest, minst, smalst
kinderen: bladeren, eieren, goederen, kalveren, lammeren, raderen, runderen
omhoog: autoweg, brandstof, fietstocht, hardloper, hijskraan, luchtballon, sluiswachter, stilstand, opeens, zeilboot

Parkeerweek 5
Hierin worden de woorden van woordpakket 9 t/m 10 nog een keer behandeld.
De parkeerweek wordt afgesloten met een parkeerweekdictee.

Afsluiting van het schooljaar
Deze tijd wordt besteed aan het herhalen van de aangeboden leerstof.
Tijdens deze periode wordt een algemeen controledictee afgenomen.
Dit dictee gaat over de woordjes van groep 5.